Schaakregels voor kinderen
Alle regels van het schaken, elk op een bord dat het voordoet. Voor ouders die het zelf even willen opfrissen, en om samen met je kind naar te kijken.
Zo ziet het eruit: het paard springt in een L
Alle regels
- Hoe zet je een schaakbord op?Licht veld rechtsonder, en waar elk stuk begint.
- Hoe loopt de toren?Recht vooruit, achteruit en opzij, zo ver als hij wil.
- Hoe loopt de loper?Schuin, zo ver als hij wil, en altijd op zijn eigen kleur.
- Hoe loopt de dame?Recht én schuin: de toren en de loper in één.
- Hoe loopt het paard?Twee recht en één opzij: de L-sprong, ook over stukken heen.
- Hoe loopt de koning?Eén stapje, alle kanten op. Nooit naast de andere koning.
- Hoe loopt de pion?Recht vooruit, schuin slaan, en op de overkant kies je wat hij wordt.
- Hoeveel zijn de schaakstukken waard?Pion 1, paard en loper 3, toren 5, dame 9.
- Wat is en passant?Een pion slaan in het voorbijgaan: de lastigste pionregel.
- Hoe werkt de rokade?De koning en de toren in één zet, en de vier voorwaarden.
- Wat is schaak en wat is schaakmat?Schaak is een aanval op de koning, mat is er niet meer uit kunnen.
- Wat is pat bij schaken?Niet schaak, maar geen zet meer: gelijkspel.
In welke volgorde leer je een kind schaken?
Eén ding tegelijk. Begin bij het bord, dan de toren en de loper: de toren recht, de loper schuin, allebei in lange lijnen, en daarom het makkelijkst. Dan de dame, het paard, de koning en als laatste de pion, die de meeste regels heeft. Daarna komt wat de stukken waard zijn, aanvallen en verdedigen, en schaak.
Schaakmat komt pas als dat allemaal zit. Mat zien vraagt dat je van alle stukken tegelijk overziet waar ze heen kunnen, en een kind dat nog nadenkt over hoe de loper loopt, heeft daar weinig aan. In Schaakmaatje is dat de volgorde van de 49 lessen, en meer over de aanpak staat op de pagina voor ouders.