Hoe loopt de pion?

De pion loopt één veld recht vooruit, en vanaf zijn beginplek mag hij ook twee. Hij slaat schuin vooruit, nooit recht, en hij gaat nooit terug. Haalt hij de overkant, dan wordt hij een ander stuk, meestal een dame.

Vooruit, en de eerste keer twee

De pion is het kleinste stuk en heeft de meeste regels. De eerste: hij gaat alleen vooruit, nooit terug en nooit opzij. Staat hij nog op zijn beginplek, dan mag hij kiezen tussen één en twee velden. Daarna is het steeds één.

Altijd vooruit

Recht lopen, schuin slaan

Dit is de regel waar het vaakst iets misgaat. Een pion slaat niet recht vooruit, maar schuin vooruit. Staat er een stuk recht voor hem, dan staat hij gewoon vast.

Lopen is niet slaan

Op de overkant: je kiest zelf

Haalt een pion de overkant, dan mag hij niet blijven staan als pion. Hij wordt meteen een dame, toren, loper of paard; je kiest zelf. Bijna altijd kies je een dame, want die is het sterkst. Je mag dus best twee dames hebben.

Er is nog één bijzondere pionregel: slaan en passant. Die heeft een eigen pagina.

Op de overkant

Thuis oefenen, aan een echt bord

Speel samen het pionnenspel: alleen de pionnen op hun beginplek. Wie het eerst de overkant haalt, wint. Je kind oefent zo vanzelf het schuin slaan, en ziet dat een pion die vastzit niets meer kan.

Vaak gevraagd

Hoeveel is een pion waard?

Eén punt. Het is de maat waarmee je de andere stukken telt.

Mag een pion achteruit?

Nee, nooit. Dat is het enige stuk dat nooit terug kan.

Zelf oefenen met Pip

In Schaakmaatje oefent je kind dit in korte lessen. Pip leest alles voor, dus lezen hoeft nog niet. Gratis en zonder account.

Begin met Schaakmaatje →

Meer schaakregels

Hierna: Hoeveel zijn de schaakstukken waard?