Hoe werkt de rokade?
Bij de rokade gaat de koning twee velden opzij, naar een toren toe, en springt die toren over de koning heen naast hem. Het is de enige zet waarbij je twee stukken tegelijk verzet, en het brengt de koning in veiligheid.
Kort en lang
Er zijn twee rokades. De korte gaat naar de kant van de koning, waar maar twee velden tussen koning en toren zitten. De lange gaat naar de kant van de dame, met drie velden ertussen.
In beide gevallen gaat de koning precies twee velden opzij. De toren komt aan de andere kant naast hem te staan. Zet altijd eerst de koning, dan de toren: zo is op de club meteen duidelijk dat het een rokade is en geen torenzet.
Korte en lange rokade
Wanneer mag het niet?
Rokeren mag alleen als aan vier voorwaarden voldaan is. De koning en die toren hebben in de partij nog niet gezet. Er staat niets tussen de koning en de toren. De koning staat niet schaak. En de koning gaat niet over een veld, of naar een veld, dat de tegenstander aanvalt.
Die laatste is de lastigste. Let op: het gaat om de koning. Over welke velden de toren gaat, maakt niet uit.
Kort mag hier niet
Thuis oefenen, aan een echt bord
Zet alleen de koningen en de torens op hun beginplek en laat je kind om de beurt kort en lang rokeren. Zet daarna een vijandelijke toren op de f- of de d-lijn en vraag: mag het nu nog?
Vaak gevraagd
Waarom zou je rokeren?
In het midden is de koning kwetsbaar. Met de rokade zet je hem in één zet in de hoek, achter zijn pionnen, en komt de toren meteen in het spel. Het is een van de drie openingsregels: centrum, ontwikkelen, rokeren.
Mag je rokeren als de toren aangevallen wordt?
Ja. De voorwaarden gaan over de koning: hij mag niet schaak staan en niet over of naar een aangevallen veld. De toren mag wel aangevallen zijn.
Zelf oefenen met Pip
In Schaakmaatje oefent je kind dit in korte lessen. Pip leest alles voor, dus lezen hoeft nog niet. Gratis en zonder account.