Hoe loopt het paard?

Het paard springt in de vorm van een L: twee velden recht en dan één opzij. Het is het enige stuk dat over andere stukken heen kan springen.

De L-sprong

Het paard is het stuk waar kinderen het langst over doen, en dat is helemaal normaal. Het loopt niet in een lijn maar springt: twee velden vooruit, achteruit of opzij, en dan één veld haaks daarop. Samen vormt dat een L.

Midden op het bord heeft het paard zo acht sprongen. Handig om te weten: bij elke sprong landt het paard op een veld van de andere kleur.

Het paard springt in een L

In de hoek maar twee sprongen

Aan de rand van het bord valt de helft van de sprongen weg, en in de hoek blijven er maar twee over. Daarom zeggen schakers: een paard aan de rand is een schande. Een paard hoort in het midden.

Een paard in de hoek

Over de heg

Het paard is het enige stuk dat over andere stukken heen springt, van wie ze ook zijn. Daarom kan het al aan het begin van de partij meedoen, terwijl de andere stukken nog achter hun pionnen staan.

Over de pionnen heen

Thuis oefenen, aan een echt bord

Laat je kind vanaf één veld alle sprongen van het paard aanwijzen. In het midden zijn het er acht, in de hoek maar twee. Leg daarna een paar rozijntjes neer: welke kan het paard in twee sprongen bereiken?

Vaak gevraagd

Hoeveel is een paard waard?

Drie punten, net als een loper.

Mag het paard ook eerst één opzij en dan twee recht?

Dat is dezelfde sprong. Het paard verplaatst zich niet over de velden ertussen maar springt in één keer naar het eindveld; de L is alleen een manier om dat veld te vinden.

Zelf oefenen met Pip

In Schaakmaatje oefent je kind dit in korte lessen. Pip leest alles voor, dus lezen hoeft nog niet. Gratis en zonder account.

Begin met Schaakmaatje →

Meer schaakregels

Hierna: Hoe loopt de koning?